Categorieën

Behandeling

Artrose heup-knie (154)

Astma bij kinderen (68)

Beroerte (304)

Beroerte 2014 (2)

Diagnose

Artrose heup-knie (154)

Astma bij kinderen (68)

Beroerte (304)

Beroerte 2014 (2)

Zoekresultaten

Total : 2196

17 . <p>Als de patiënt is verwezen door de huisarts of de specialist zal een uitgebreide intake worden gedaan om te beoordelen of er een indicatie bestaat voor fysiotherapie.</p> <p>Indien er in het geval van DTF een behandeling fysiotherapie is geïndiceerd, zal de al uitgevraagde informatie worden aangevuld door middel van de hierna beschreven intakeprocedure. Tijdens deze intake stelt de fysiotherapeut vragen die nodig zijn om de gezondheidsproblemen in kaart te brengen (die zullen leiden tot formulering van de uiteindelijke hulpvraag). Daarbij maakt de fysiotherapeut gebruik van meetinstrumenten (zie <a href="index.php/richtlijnen/richtlijnen/artrose-heup-knie/praktijkrichtlijn/diagnostisch-proces/b7-meetinstrumenten" target="_blank">paragraaf B.7</a>). Een voorbeeld van een meetinstrument is een vragenlijst die beperkingen in dagelijkse activiteiten uitvraagt.<br />Bij de meeste mensen met artrose van de heup en/of knie staat pijn op de voorgrond. Daarom zal de intake zich in eerste instantie richten op stoornissen (waaronder pijn) in functies en anatomische eigenschappen. Daarna zal de intake zich toespitsen op de beperkingen op het gebied van activiteiten en participatie, om vervolgens aandacht te besteden aan de invloed van externe en persoonlijke factoren (zie <a href="index.php/richtlijnen/artrose-heup-knie/praktijkrichtlijn/inleiding#a32-de-diagnose-artrose" target="_blank">figuur 1</a>). Deze externe en persoonlijke factoren kunnen belemmerend of bevorderend werken en kunnen overleg met de huisarts of (andere) verwijzer noodzakelijk maken. Eventueel kan behandeling door een andere zorgverlener worden ingezet, zoals een diëtist, ergotherapeut, psycholoog of medisch specialist, hetzij voorafgaand aan de fysiotherapeutische behandeling (voorwaarde scheppend), hetzij gelijktijdig, hetzij aansluitend aan de fysiotherapeutische behandeling.</p> <p>De laatste jaren wordt er steeds meer bekend over de rol van comorbiditeit bij de ervaren beperkingen in het functioneren van mensen met artrose van de heup en/of knie en de problemen die deze patiënten ervaren. Deze comorbiditeit betreft: andere gewrichtsaandoeningen, hart- en longziekten, diabetes mellitus type 2, hypertensie, oriëntatiestoornissen zoals visus- of gehoorproblemen, chronische urineweginfecties, chronische lage rugklachten, depressie, chronische aspecifieke pijn en obesitas.<br />De fysiotherapeut maakt een inschatting van de prognose, de motivatie en de ziekteperceptie van de patiënt en stelt vast of de patiënt kan worden behandeld volgens de richtlijn.<br />Tijdens de intake houdt de fysiotherapeut rekening met de mogelijk aanwezige rode, gele, blauwe en zwarte vlaggen. De rode vlaggen zijn beschreven in <a href="index.php/richtlijnen/richtlijnen/artrose-heup-knie/praktijkrichtlijn/diagnostisch-proces/b2-directe-toegankelijkheid-fysiotherapie-dtf" target="_blank">paragraaf B.2</a>. Gele vlaggen zijn aanwijzingen voor psychosociale risicofactoren, blauwe vlaggen zijn aanwijzingen voor sociale en economische risicofactoren en zwarte vlaggen voor beroepsmatige risicofactoren.<br />Indien nodig kan, in overleg met de patiënt, aan de verwijzend arts worden voorgesteld de patiënt te verwijzen naar voor deze problemen relevante specialistische zorg.</p> <hr /> <p>Voorbeelden van belemmerende externe persoonlijke factoren:</p> <ul> <li><span style="color: #000000;">comorbiditeit;</span></li> <li><span style="color: #000000;">een inadequate wijze van omgaan met klachten.</span></li> </ul> <p class="italics"><span style="color: #000000;">Voorbeelden van bevorderende externe persoonlijke factoren:</span></p> <ul> <li><span style="color: #000000;">een hoge mate van zelfredzaamheid;</span></li> <li><span style="color: #000000;"><abbr title="De patiënt zoekt zelf naar oplossingen om klachten te verminderen en activiteiten te kunnen blijven uitvoeren (aanschaf van een elektrische fiets waardoor het mogelijk blijft om zich te verplaatsen) en/of probeert zelf de grenzen van zijn belastbaarheid te vinden." class="jcetooltip">actieve coping</abbr>.</span></li> </ul> <hr />

Als de patiënt is verwezen door de huisarts of de specialist zal een uitgebreide intake worden gedaan om te beoordelen of er een indicatie bestaat voor fysiotherapie.

Indien er in het geval van DTF een behandeling fysiotherapie is geïndiceerd, zal de al uitgevraagde informatie worden aangevuld door middel van de hierna beschreven intakeprocedure. Tijdens deze intake stelt de fysiotherapeut vragen die nodig zijn om de gezondheidsproblemen in kaart te brengen (die zullen leiden tot formulering van de uiteindelijke hulpvraag). Daarbij maakt de fysiotherapeut gebruik van meetinstrumenten (zie paragraaf B.7). Een voorbeeld van een meetinstrument is een vragenlijst die beperkingen in dagelijkse activiteiten uitvraagt.
Bij de meeste mensen met artrose van de heup en/of knie staat pijn op de voorgrond. Daarom zal de intake zich in eerste instantie richten op stoornissen (waaronder pijn) in functies en anatomische eigenschappen. Daarna zal de intake zich toespitsen op de beperkingen op het gebied van activiteiten en participatie, om vervolgens aandacht te besteden aan de invloed van externe en persoonlijke factoren (zie figuur 1). Deze externe en persoonlijke factoren kunnen belemmerend of bevorderend werken en kunnen overleg met de huisarts of (andere) verwijzer noodzakelijk maken. Eventueel kan behandeling door een andere zorgverlener worden ingezet, zoals een diëtist, ergotherapeut, psycholoog of medisch specialist, hetzij voorafgaand aan de fysiotherapeutische behandeling (voorwaarde scheppend), hetzij gelijktijdig, hetzij aansluitend aan de fysiotherapeutische behandeling.

De laatste jaren wordt er steeds meer bekend over de rol van comorbiditeit bij de ervaren beperkingen in het functioneren van mensen met artrose van de heup en/of knie en de problemen die deze patiënten ervaren. Deze comorbiditeit betreft: andere gewrichtsaandoeningen, hart- en longziekten, diabetes mellitus type 2, hypertensie, oriëntatiestoornissen zoals visus- of gehoorproblemen, chronische urineweginfecties, chronische lage rugklachten, depressie, chronische aspecifieke pijn en obesitas.
De fysiotherapeut maakt een inschatting van de prognose, de motivatie en de ziekteperceptie van de patiënt en stelt vast of de patiënt kan worden behandeld volgens de richtlijn.
Tijdens de intake houdt de fysiotherapeut rekening met de mogelijk aanwezige rode, gele, blauwe en zwarte vlaggen. De rode vlaggen zijn beschreven in paragraaf B.2. Gele vlaggen zijn aanwijzingen voor psychosociale risicofactoren, blauwe vlaggen zijn aanwijzingen voor sociale en economische risicofactoren en zwarte vlaggen voor beroepsmatige risicofactoren.
Indien nodig kan, in overleg met de patiënt, aan de verwijzend arts worden voorgesteld de patiënt te verwijzen naar voor deze problemen relevante specialistische zorg.


Voorbeelden van belemmerende externe persoonlijke factoren:

  • comorbiditeit;
  • een inadequate wijze van omgaan met klachten.

Voorbeelden van bevorderende externe persoonlijke factoren:

  • een hoge mate van zelfredzaamheid;
  • actieve coping.

tags: content , diagnosemethode , artrose-heup-knie , praktijkrichtlijn , diagnostisch-proces

18 . <p>De methodologische kwaliteit van de 10 geïncludeerde studies varieert van 3 tot 6 punten op de PEDroschaal (range 0-10).<sup>27</sup>&nbsp;De kwaliteit van de gerandomiseerde studies kan daarmee van slecht<sup>158,160,164</sup>&nbsp;tot goed<sup>159</sup>&nbsp;geclassificeerd worden.</p> <p>De kritiek van de werkgroep betreft:</p> <ol> <li>het ontbreken van een intention-to-treat analyse<sup>90,157-165</sup>;</li> <li>een onjuiste randomisatie procedure.<sup>90,157-165</sup></li> </ol> <p>Verder bleken de onderzoekers in 6 van de 10 gerandomiseerde studies niet geblindeerd.<sup>90,160,161,163-165</sup>&nbsp;Aangezien vergelijkbare uitkomstmaten ontbraken was statistische pooling van de individuele effectmaten niet mogelijk.</p>

De methodologische kwaliteit van de 10 geïncludeerde studies varieert van 3 tot 6 punten op de PEDroschaal (range 0-10).27 De kwaliteit van de gerandomiseerde studies kan daarmee van slecht158,160,164 tot goed159 geclassificeerd worden.

De kritiek van de werkgroep betreft:

  1. het ontbreken van een intention-to-treat analyse90,157-165;
  2. een onjuiste randomisatie procedure.90,157-165

Verder bleken de onderzoekers in 6 van de 10 gerandomiseerde studies niet geblindeerd.90,160,161,163-165 Aangezien vergelijkbare uitkomstmaten ontbraken was statistische pooling van de individuele effectmaten niet mogelijk.

tags: content , beroerte , verantwoording-en-toelichting , algemene-behandelprincipes

20 . <p style="text-align: left;"><span style="text-align: left;">Tijdens de inspectie observeert de fysiotherapeut wat de stand is van de gewrichten in rust en hoe de patiënt beweegt, door de patiënt dagelijkse activiteiten te laten uitvoeren, zoals gaan zitten en weer opstaan, overeind komen vanuit liggende houding, lopen en traplopen. Daarbij besteedt de fysiotherapeut ook aandacht aan de rug, het bekken, de enkels en de voeten. Ook wordt er gelet op de kwaliteit van bewegen en of de patiënt gebruik maakt van hulpmiddelen. In geval van loophulpmiddelen besteedt de fysiotherapeut extra aandacht aan de functie van de bovenste extremiteit.</span></p>

Tijdens de inspectie observeert de fysiotherapeut wat de stand is van de gewrichten in rust en hoe de patiënt beweegt, door de patiënt dagelijkse activiteiten te laten uitvoeren, zoals gaan zitten en weer opstaan, overeind komen vanuit liggende houding, lopen en traplopen. Daarbij besteedt de fysiotherapeut ook aandacht aan de rug, het bekken, de enkels en de voeten. Ook wordt er gelet op de kwaliteit van bewegen en of de patiënt gebruik maakt van hulpmiddelen. In geval van loophulpmiddelen besteedt de fysiotherapeut extra aandacht aan de functie van de bovenste extremiteit.

tags: content , diagnosemethode , artrose-heup-knie , praktijkrichtlijn , diagnostisch-proces

22 . <p><span style="text-align: left;">Op basis van de gegevens die zijn verzameld tijdens de stappen ‘Aanmelding/verwijzing’, ‘Intake’ en ‘Onderzoek’, formuleert de fysiotherapeut in het analyseproces de hulpvraag en het gezondheidsprobleem van de patiënt in termen van stoornissen in functies, anatomische eigenschappen, beperkingen in activiteiten en participatie, en externe en persoonlijke factoren. Geconcludeerd wordt welk(e) gezondheidsproble(e)m(en) centraal staat(n) en in welke mate deze gezondheidsproblemen beïnvloedbaar zijn door fysiotherapie. Hieruit volgt of er een indicatie is voor fysiotherapie. Daarnaast bepaalt de fysiotherapeut of er een indicatie is voor de inschakeling van een andere zorgverlener. Als dat het geval lijkt te zijn, moet overleg met de huisarts of (andere) verwijzer plaatsvinden.</span></p> <p style="text-align: left;">Na beantwoording van de bij het analyseproces genoemde vragen formuleert de fysiotherapeut het behandelplan, in overleg met de patiënt. Alle vervolgstappen in het behandelproces zullen in samenspraak met de patiënt plaatsvinden.<br />Indien er geen indicatie is voor fysiotherapie, vindt, eveneens na overleg met de patiënt, terugverwijzing plaats naar de huisarts of andere behandelaar met, desgewenst, een advies voor verwijzing naar een andere zorgverlener.</p>

Op basis van de gegevens die zijn verzameld tijdens de stappen ‘Aanmelding/verwijzing’, ‘Intake’ en ‘Onderzoek’, formuleert de fysiotherapeut in het analyseproces de hulpvraag en het gezondheidsprobleem van de patiënt in termen van stoornissen in functies, anatomische eigenschappen, beperkingen in activiteiten en participatie, en externe en persoonlijke factoren. Geconcludeerd wordt welk(e) gezondheidsproble(e)m(en) centraal staat(n) en in welke mate deze gezondheidsproblemen beïnvloedbaar zijn door fysiotherapie. Hieruit volgt of er een indicatie is voor fysiotherapie. Daarnaast bepaalt de fysiotherapeut of er een indicatie is voor de inschakeling van een andere zorgverlener. Als dat het geval lijkt te zijn, moet overleg met de huisarts of (andere) verwijzer plaatsvinden.

Na beantwoording van de bij het analyseproces genoemde vragen formuleert de fysiotherapeut het behandelplan, in overleg met de patiënt. Alle vervolgstappen in het behandelproces zullen in samenspraak met de patiënt plaatsvinden.
Indien er geen indicatie is voor fysiotherapie, vindt, eveneens na overleg met de patiënt, terugverwijzing plaats naar de huisarts of andere behandelaar met, desgewenst, een advies voor verwijzing naar een andere zorgverlener.

tags: content , diagnosemethode , artrose-heup-knie , praktijkrichtlijn , diagnostisch-proces

23 . <p style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvectica, sans-serif;">Het behandelplan omvat de fysiotherapeutische behandeldoelen en de prioritering ervan. Voor dit plan dient een minimaal mondelinge overeenstemming tussen de fysiotherapeut en de patiënt te zijn bereikt.</span></p> <p style="outline-style: none; outline-width: initial; outline-color: initial; font-family: arial, helvectica, sans-serif; margin-top: 20px; margin-right: 0px; margin-bottom: 0px; margin-left: 0px; text-align: left;">De hoofddoelstelling, dit is de doelstelling die in het behandelplan centraal staat, sluit aan bij de hulpvraag van de patiënt. Bij de formulering van de hoofd- en subdoelstellingen wordt rekening gehouden met de motivatie, de aanwezigheid van bevorderende en belemmerende factoren en het te verwachten herstel, op basis van uitkomsten van de meetinstrumenten.<br style="outline-style: none; outline-width: initial; outline-color: initial;" />Formulering van hoofd- en subdoelstellingen dient plaats te vinden volgens de SMART-principes. SMART staat voor ‘Specifiek’, ‘Meetbaar’, ‘Acceptabel’, ‘Realistisch’ en ‘Tijdgebonden’. Een SMART-doelstelling is richtinggevend: de doelstelling geeft aan wat de patiënt wil bereiken en stuurt het gedrag van zowel de patiënt als de fysiotherapeut. De doelen worden geformuleerd op activiteitenniveau. In de SMART-formulering wordt aangegeven welke resultaten moeten worden bereikt en wanneer. Afhankelijk van de mate van individuele aandacht die nodig is voor het behandelen van het gezondheidsprobleem, wordt bepaald of een individuele of groepsgewijze fysiotherapeutische behandeling geïndiceerd is.</p>

Het behandelplan omvat de fysiotherapeutische behandeldoelen en de prioritering ervan. Voor dit plan dient een minimaal mondelinge overeenstemming tussen de fysiotherapeut en de patiënt te zijn bereikt.

De hoofddoelstelling, dit is de doelstelling die in het behandelplan centraal staat, sluit aan bij de hulpvraag van de patiënt. Bij de formulering van de hoofd- en subdoelstellingen wordt rekening gehouden met de motivatie, de aanwezigheid van bevorderende en belemmerende factoren en het te verwachten herstel, op basis van uitkomsten van de meetinstrumenten.
Formulering van hoofd- en subdoelstellingen dient plaats te vinden volgens de SMART-principes. SMART staat voor ‘Specifiek’, ‘Meetbaar’, ‘Acceptabel’, ‘Realistisch’ en ‘Tijdgebonden’. Een SMART-doelstelling is richtinggevend: de doelstelling geeft aan wat de patiënt wil bereiken en stuurt het gedrag van zowel de patiënt als de fysiotherapeut. De doelen worden geformuleerd op activiteitenniveau. In de SMART-formulering wordt aangegeven welke resultaten moeten worden bereikt en wanneer. Afhankelijk van de mate van individuele aandacht die nodig is voor het behandelen van het gezondheidsprobleem, wordt bepaald of een individuele of groepsgewijze fysiotherapeutische behandeling geïndiceerd is.

tags: content , diagnosemethode , artrose-heup-knie , praktijkrichtlijn , diagnostisch-proces

24 . <p style="text-align: left;">Meetinstrumenten kwantificeren het gezondheidsprobleem of de belastbaarheid van de patiënt. Voor het inventariseren van de gezondheidsproblemen die samenhangen met artrose van de heup en/of knie en het evalueren van de behandeling is een aantal meetinstrumenten beschikbaar. Het geniet de voorkeur om gebruik te maken van een combinatie van een of meerdere vragenlijsten en een of meerdere performancetests.</p> <p style="text-align: left;">Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van de Patiënt Specifieke Klachten (PSK) en de Timed Up and Go test (TUG-test).</p> <p style="text-align: left;">In figuur 3 is een overzicht gegeven van de verschillende meetinstrumenten, gekoppeld aan de verschillende gezondheidsdomeinen van de ICF.</p> <p class="figuurbijschrift" style="text-align: left;">Figuur 3. Meetinstrumenten die zijn geklasseerd bij heup- en/of knieartrose.*</p> <p style="text-align: left;"><img alt="Artrose PRL 03" src="images/afbeeldingen/artrose%20heup-knie/1/B/Artrose_PRL_03.gif" width="100%" /><br />* NB: sommige meetinstrumenten bevatten items die onder meerdere domeinen van de ICF vallen.<br />VAS = Visueel Analoge Schaal; ICOAP = Intermittent and Constant OsteoArthritis Pain; AFI = Algofunctionele Index; WOMAC = Western Ontario and McMaster Universities osteoarthritis index; KOOS = Knee injury and Osteoarthritis Outcome Score; HOOS = Hip disability and Osteoarthritis Outcome Score; MRC = Medical Research Council; PSK = Patiënt Specifi eke Klachten; 6MWT = 6-Minuten wandeltest; TUG = Timed Up and Go.</p> <p style="text-align: left;">Bij vier vragenlijsten is sprake van overlap tussen de vragen over pijn, stijfheid en fysiek functioneren:</p> <ul> <li style="text-align: left;">De Western Ontario and McMaster Universities osteoarthritis index (WOMAC) is een vragenlijst die de laatste jaren nationaal en internationaal veel wordt gebruikt, ook in wetenschappelijk onderzoek; het meetinstrument legt het accent op beperkingen in een aantal activiteiten bij heup- én knieartrose.</li> <li style="text-align: left;">De Hip disability and Osteoarthritis Outcome Score (HOOS) en de Knee injury and Osteoarthritis Outcome Score (KOOS) zijn vragenlijsten die in grote mate met elkaar en de WOMAC overeenkomen, maar specifiek zijn voor respectievelijk de heup en de knie. De HOOS en de KOOS zijn uitgebreid met vragen over functioneren in de vrije tijd en tijdens sport en met vragen over kwaliteit van leven. Zowel uit de HOOS als uit de KOOS kan de WOMAC worden berekend.</li> <li style="text-align: left;">De Algofunctionele Index (AFI) is een vragenlijst die ook was opgenomen in de eerste versie van de richtlijn; de AFI legt het accent op pijn tijdens lopen en op de loopafstand die voor de patiënt mogelijk is.</li> </ul> <p style="text-align: left;"> </p> <hr /> <p><strong><span><strong>Aandachtspunten</strong> </span> </strong> </p> <p style="text-align: left;"><span style="color: #000000;">Het is belangrijk om bij het gebruik van meetinstrumenten rekening te houden met de belasting die het gebruik van dat meetinstrument met zich meebrengt voor de patiënt. Een gerichte, weloverwogen keuze uit de beschikbare meetinstrumenten is daarom essentieel.</span> </p> <p style="text-align: left;"><span style="color: #000000;">Een aantal vragenlijsten gaat uit van één aangedaan gewricht. Als meerdere gewrichten zijn aangedaan moet de fysiotherapeut, in het licht van bovenstaande en indien mogelijk, kiezen voor een meetinstrument dat geschikt is voor de meting van problemen in meerdere gewrichten.</span> </p> <hr />

Meetinstrumenten kwantificeren het gezondheidsprobleem of de belastbaarheid van de patiënt. Voor het inventariseren van de gezondheidsproblemen die samenhangen met artrose van de heup en/of knie en het evalueren van de behandeling is een aantal meetinstrumenten beschikbaar. Het geniet de voorkeur om gebruik te maken van een combinatie van een of meerdere vragenlijsten en een of meerdere performancetests.

Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van de Patiënt Specifieke Klachten (PSK) en de Timed Up and Go test (TUG-test).

In figuur 3 is een overzicht gegeven van de verschillende meetinstrumenten, gekoppeld aan de verschillende gezondheidsdomeinen van de ICF.

Figuur 3. Meetinstrumenten die zijn geklasseerd bij heup- en/of knieartrose.*

Artrose PRL 03
* NB: sommige meetinstrumenten bevatten items die onder meerdere domeinen van de ICF vallen.
VAS = Visueel Analoge Schaal; ICOAP = Intermittent and Constant OsteoArthritis Pain; AFI = Algofunctionele Index; WOMAC = Western Ontario and McMaster Universities osteoarthritis index; KOOS = Knee injury and Osteoarthritis Outcome Score; HOOS = Hip disability and Osteoarthritis Outcome Score; MRC = Medical Research Council; PSK = Patiënt Specifi eke Klachten; 6MWT = 6-Minuten wandeltest; TUG = Timed Up and Go.

Bij vier vragenlijsten is sprake van overlap tussen de vragen over pijn, stijfheid en fysiek functioneren:

  • De Western Ontario and McMaster Universities osteoarthritis index (WOMAC) is een vragenlijst die de laatste jaren nationaal en internationaal veel wordt gebruikt, ook in wetenschappelijk onderzoek; het meetinstrument legt het accent op beperkingen in een aantal activiteiten bij heup- én knieartrose.
  • De Hip disability and Osteoarthritis Outcome Score (HOOS) en de Knee injury and Osteoarthritis Outcome Score (KOOS) zijn vragenlijsten die in grote mate met elkaar en de WOMAC overeenkomen, maar specifiek zijn voor respectievelijk de heup en de knie. De HOOS en de KOOS zijn uitgebreid met vragen over functioneren in de vrije tijd en tijdens sport en met vragen over kwaliteit van leven. Zowel uit de HOOS als uit de KOOS kan de WOMAC worden berekend.
  • De Algofunctionele Index (AFI) is een vragenlijst die ook was opgenomen in de eerste versie van de richtlijn; de AFI legt het accent op pijn tijdens lopen en op de loopafstand die voor de patiënt mogelijk is.

 


Aandachtspunten

Het is belangrijk om bij het gebruik van meetinstrumenten rekening te houden met de belasting die het gebruik van dat meetinstrument met zich meebrengt voor de patiënt. Een gerichte, weloverwogen keuze uit de beschikbare meetinstrumenten is daarom essentieel.

Een aantal vragenlijsten gaat uit van één aangedaan gewricht. Als meerdere gewrichten zijn aangedaan moet de fysiotherapeut, in het licht van bovenstaande en indien mogelijk, kiezen voor een meetinstrument dat geschikt is voor de meting van problemen in meerdere gewrichten.


tags: content , diagnosemethode , artrose-heup-knie , praktijkrichtlijn , diagnostisch-proces

Pagina's : 123 > >>