Andere artikelen

B. Diagnostisch proces

B.1 Aanmelding en verwijzing

B.2 Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie (DTF)

B.3 Anamnese

B.4 Onderzoek

B.4.1 Inspectie

B.4.2 Palpatie

B.4.3 Functieonderzoek

B.5 Analyse

B.6 Behandelplan

B.7 Meetinstrumenten

B.4.3 Functieonderzoek

Bij het functieonderzoek worden spierkracht, mobiliteit, balans en coördinatie beoordeeld, maar er is ook aandacht voor de stabiliteit, omdat stabiliteit een belangrijke rol speelt in het functioneren.
Bij het beoordelen van de coördinatie en de stabiliteit kan worden gebruik gemaakt van functionele tests, zoals het staan op één been of het lopen op diverse soorten ondergrond.
De passieve stabiliteit kan worden beoordeeld door gebruik te maken van de bestaande manuele tests voor laxiteit, zoals de passieve angulaire abductie vanuit 20 graden flexiestand van de knie, de passieve angulaire adductie van extensiestand en de schuifladetests van de knie. Bij de stabiliteit speelt naast kracht en passieve stabiliteit ook proprioceptie een belangrijke rol. Bij het testen van de proprioceptie wordt onderscheid gemaakt tussen twee gevoelsgewaarwordingen van de patiënt, namelijk de ‘joint position sense’ (het voelen van de stand van het gewricht, zoals door de fysiotherapeut in positie gezet) en de ‘joint motion sense’ (het waarnemen van het bewegen van het gewricht door de fysiotherapeut).
Alle bevindingen uit het lichamelijk onderzoek worden vervolgens in relatie gebracht met eventuele eerder geobserveerde beperkingen in activiteiten en participatie (zie figuur 2).

Aantal keren bekeken: : 5860