Andere artikelen

C. Therapeutisch proces

C.1 Algemene kenmerken van de behandeling

C.1.1 Behandellocatie

C.1.2 Behandelfrequentie en -duur

C.2 Behandelmethode

C.2.1 Oefenen en sturen

C.2.1.1 Oefentherapie

C.2.1.2 Hydrotherapie

C.2.2.1 Voorlichting en zelfmanagement interventies

C.2.3 Manuele verrichtingen

C.2.3.1 Het teweegbrengen van een passieve beweging in een gewricht

C.2.3.2 Massage

C.2.4 Fysische therapie in de engere zin

C.2.4.1 Thermotherapie

C.2.4.2 TENS/elektrotherapie

C.2.4.3 Ultrageluid

C.2.4.4 Elektromagnetisch veld

C.2.4.5 Low level lasertherapie

C.2.5 Balneotherapie (passieve hydrotherapie)

C.2.6 Hulpmiddelen

C.2.6.1 Braces en ortheses

C.2.6.2 Tapen

C.2.7 Pre- en postoperatieve fysiotherapie bij een gewrichtsvervangende operatie van heup- en/of knie

C.2.7.1 Preoperatieve oefentherapie

C.2.7.2 Preoperatieve voorlichting

C.2.7.3 Postoperatieve oefentherapie

C.2.7.4 Continuous Passive Motion (CPM)

C.3 Evaluatie

C.3.1 Nazorg

C.3.2 Afsluiting en dossiervoering

C.2.1.1 Oefentherapie

Oefentherapie is bewezen effectief ter vermindering van de pijn en verbetering van het fysiek functioneren op de korte termijn en moet plaatsvinden onder begeleiding.

De inhoud en intensiteit van het oefenprogramma dient bij elke patiënt te worden aangepast aan individuele doelstellingen op het niveau van beperkingen in activiteiten of participatie. De werkgroep is van mening dat hierbij gebruik gemaakt kan worden van de volgende oefenvormen: spierversterkende oefeningen, oefeningen ter verhoging van de aerobe capaciteit en looptraining, aangevuld met functionele oefenvormen, hoewel de effectiviteit van een van deze specifieke oefenvormen of een optimale combinatie ervan door middel van onderzoek onvoldoende is bewezen.

De werkgroep is van mening dat in individuele gevallen balans- en proprioceptieoefeningen kunnen worden overwogen bij patiënten met een actieve instabiliteit van de knie; een behavioral graded activityprogramma kan worden overwogen bij een relatief laag niveau van fysiek functioneren.

De werkgroep is van mening dat het tot stand brengen van leefstijlverandering, zoals het verhogen en handhaven van de hoeveelheid lichamelijke activiteit, een proces is dat tijd kost. Bij het nastreven van een dergelijk doel verdient het aanbeveling om het aantal behandelsessies over langere tijd te spreiden. Hierbij kan ook gedacht worden aan controleafspraken in de praktijk of aan telefonisch contact.

Na afloop van de behandelperiode is het zinvol om reguliere bewegings- of sportactiviteiten te stimuleren.

Aantal keren bekeken: : 7406