Andere artikelen

C. Diagnostisch proces

C.1 (Aanvullende) anamnese

C.2 (Aanvullend) onderzoek

C.3 Meetinstrumenten

C.4 Analyse

C.5 Conclusie

C.3 Meetinstrumenten

Meetinstrumenten worden gebruikt om het functioneren van de patiënt zo objectief mogelijk vast te stellen. Er zijn diverse meetinstrumenten beschikbaar; de meeste ervan zijn echter slechts beperkt getest op betrouwbaarheid en validiteit. Bij toepassing van bedoelde meetinstrumenten en de interpretatie van de uitslagen dient uiteraard rekening te worden gehouden met deze beperking.

Functiescore

Aan de hand van de Functiescore (afgenomen door de fysiotherapeut) kan bij acuut enkelletsel de fysiotherapeut een prognose geven omtrent de hersteltijd. Bij patiënten met een score van meer dan 40 punten bij instroom op dag 0 tot 5 na ontstaan van het letsel is sprake van een licht letsel.

Deze patiënten ontwikkelen zeer snel een redelijk looppatroon, met in de meeste gevallen geringe zwelling en geringe pijn tijdens het lopen en kunnen naar verwachting binnen 14 dagen weer hun normale alledaagse activiteiten uitvoeren. In het algemeen is geen specifieke fysiotherapeutische behandeling nodig, uitgaande van een normaal beloop van het herstel. Patiënten met ernstige(r) letsels (≤ 40 punten) dienen wel specifiek behandeld/begeleid te worden. Zie voor de interpretatie van de verschillende items van de Functiescore bijlage 2.1. Andere meetinstrumenten die gebruikt kunnen worden om functies en/of vaardigheden te meten, zijn de Karlsson-score, de Kaikkonen-schaal en de Ankle Joint Functional Assessment Tool (AJFAT).

Patiënt Specifieke Klachten (PSK) 

Ter inventarisatie van de ernst van de belangrijkste klachten kan gebruik worden gemaakt van het meetinstrument Patiënt Specifieke Klachten. De patiënt benoemt drie activiteiten die door de patiënt zelf als belangrijk ervaren worden en die niet te vermijden zijn (bijvoorbeeld: traplopen, hardlopen op gras en uit de auto stappen). Aansluitend scoort de patiënt de moeilijkheidsgraad van die activiteiten op drie 100mm Visual Analogue Scales (VAS) (zie bijlage 2.2).

Ganganalyselijst Nijmegen (GALN) 

Het gangpatroon kan worden beoordeeld en beschreven met de Ganganalyselijst Nijmegen, aan de hand van de bij het gangpatroon betrokken lichaamsdelen: romp, bekken, heup, knie en enkel. De lijst bestaat uit dertien vragen, die elk een onderdeel van het gangpatroon betreffen (zie bijlage 2.3).

Aantal keren bekeken: : 8213