Andere artikelen

B. Diagnostisch proces

B.1 Aanmelding

B.2 Inventarisatie van de hulpvraag en screening

B.3 Anamnese

B.3.1 Meetinstrumenten

B.4 Lichamelijk onderzoek

B.4.1 Inspectie/palpatie

B.4.2 Functie- en bewegingsonderzoek

B.5 Profielbepaling en opstellen van het behandelplan

B.5.1 Contact met de verwijzer

B.4.2 Functie- en bewegingsonderzoek

De fysiotherapeut inventariseert functies en activiteiten, en de stoornissen en beperkingen daarin. In ieder geval onderzoekt de fysiotherapeut de gewrichtsfunctie, de spierfunctie, de coördinatie en de sensoriek en de pijn.

Onderzoek van de gewrichtsfunctie

De fysiotherapeut onderzoekt de gewrichtsfunctie van de functionele eenheid van de nek, schouder, boven- of onderarm, elleboog, pols of hand: de cervicale wervelkolom tot en met hoog-thoracaal, de schoudergordel, en de schouder-, elleboog-, pols-, vinger- en duimgewrichten en beoordeelt de mobiliteit en het bewegingsverloop (humeroscapulair ritme). Tevens worden provocatietests uitgevoerd, en tests om te beoordelen wat de klachten reduceert.

Onderzoek van de spierfunctie

De hele keten, maar met name die van de nek-schoudermusculatuur wordt middels palpatie beoordeeld op spanning en ontspanning in rust, tijdens (veelgebruikte) handelingen of werkzaamheden met de armen en na afloop van die handelingen.

Onderzoek van de coördinatie

De fysiotherapeut beoordeelt, indien van toepassing, fijne motoriek, coördinatie en proprioceptie van de vingers tijdens activiteiten die de patiënt in het dagelijks leven veel uitvoert.

Onderzoek van de sensoriek en de pijn

Bij paresthesieën (onjuiste gevoelsgewaarwording, zoals doofheid of tintelingen) in de onderarm en/of de hand worden passieve rek-, compressie- en percussietests uitgevoerd voor de desbetreffende perifere zenuwen.

Aantal keren bekeken: : 10486