Andere artikelen

D. Therapeutisch proces

D.1 Behandeling

D.1.1 Fasering, doelen en verrichtingen

D.1.2 Behandelduur en -frequentie

D.1.3 Evidentie behandeling

D.2 Evaluatie

D.3 Afsluiting, verslaglegging, verslaggeving

D.4 Nazorg

D.4 Nazorg

De fysiotherapeut stimuleert de patiënt om na afloop van de therapie zelf actief te blijven. Na afloop van de behandelperiode kan de fysiotherapeut gedurende langere of kortere tijd de patiënt begeleiden. De patiënt voert dan zelfstandig een trainingsprogramma uit, waarbij de fysiotherapeut de trainingsvoortgang evalueert door het niveau van functioneren en de kwaliteit van het bewegen te beoordelen en na te gaan of het functieherstel optimaal is geworden. Hierover dienen afspraken gemaakt te worden met de patiënt. Vooral patiënten met patiëntenprofiel 2 en inactieve patiënten dient de fysiotherapeut te wijzen op bewegingsactiviteiten, zoals sportief fietsen, wandelen, lid worden van een sportclub of iets dergelijks.

Na een behandelvrije periode is het van belang het bereikte niveau van functioneren en de kwaliteit van het bewegen te beoordelen door na te gaan of het functieherstel optimaal is geworden. Maak over deze ‘evaluatie op lange termijn’ afspraken met de patiënt.

Aantal keren bekeken: : 4394