Andere artikelen

B Diagnostisch proces

B.1 Anamnese

B.1.1 Uitsluiten van nekpijn graad IV

B.1.2 Uitsluiten/vaststellen van nekpijn graad III

B.1.3 Ernst en aard van de klachten en interferentie van de klachten met het dagelijks leven

B.1.4 Beloop van de klachten

B.1.5 Differentiëren tussen nekpijn graad I en II

B.1.6 Ontstaanswijze

B.1.7 Aanvullende informatie

B.2 Lichamelijk onderzoek

B.2.1 Het maken van onderscheid tussen nekpijn graad III en II

B.3 Het gebruik van meetinstrumenten

B.4 Diagnostische beeldvorming

B.5 Analyse

B.5.1 Prognostische factoren voor vertraagd herstel

B.5.2 Premanipulatieve besluitvorming

B.5.3 Het toekennen van een behandelprofiel

B.1.2 Uitsluiten/vaststellen van nekpijn graad III

Het behandelbeleid bij nekpijn graad III verschilt van het beleid bij nekpijn graad I en II. Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen deze verschillende vormen van nekpijn.

Bij nekpijn graad III heeft de patiënt niet alleen pijn, maar zijn er ook neurologische tekenen en symptomen, waaronder uitstralende pijn in de bovenste extremiteit. Bij deze patiënten bestaat een vermoeden van CRS, dat kan worden bevestigd of uitgesloten met behulp van lichamelijk onderzoek (paragraaf B.2.1).

Aantal keren bekeken: : 3501