Andere artikelen

B Diagnostisch proces

B.1 Anamnese

B.1.1 Uitsluiten van nekpijn graad IV

B.1.2 Uitsluiten/vaststellen van nekpijn graad III

B.1.3 Ernst en aard van de klachten en interferentie van de klachten met het dagelijks leven

B.1.4 Beloop van de klachten

B.1.5 Differentiëren tussen nekpijn graad I en II

B.1.6 Ontstaanswijze

B.1.7 Aanvullende informatie

B.2 Lichamelijk onderzoek

B.2.1 Het maken van onderscheid tussen nekpijn graad III en II

B.3 Het gebruik van meetinstrumenten

B.4 Diagnostische beeldvorming

B.5 Analyse

B.5.1 Prognostische factoren voor vertraagd herstel

B.5.2 Premanipulatieve besluitvorming

B.5.3 Het toekennen van een behandelprofiel

B.5 Analyse

Tijdens de analyse dient onderscheid gemaakt te worden tussen nekpijn graad I, II en III.

De fysiotherapeut gebruikt de informatie uit de anamnese en de bevindingen uit het lichamelijk onderzoek om de ernst van de pijn, de beperkingen in activiteiten en/of participatie, en de samenhang hierin te analyseren. Op basis van de verzamelde informatie wordt het gezondheidsprobleem van de patiënt in kaart gebracht.

Op grond van de verzamelde gegevens zal de fysiotherapeut kunnen vaststellen of de klachten van de patiënt trauma- of werkgerelateerd zijn. Als de fysiotherapeut vermoed dat er sprake zal zijn van vertraagd herstel op grond van de anamnese, beoordeelt de fysiotherapeut of de prognostische (herstelbelemmerende of herstelbevorderende) factoren beïnvloedbaar zijn door fysiotherapie, en of de behandeling uitgevoerd kan worden volgens de richtlijn.

Ook stelt de fysiotherapeut vast of er een verband bestaat tussen de beperkingen in activiteiten en/of participatieproblemen en de nekpijn of stoornissen in lichaamsfuncties en anatomische eigenschappen, en of dit verband beïnvloedbaar is door fysiotherapie.

Aantal keren bekeken: : 2740