Andere artikelen

C. Therapeutisch proces

C.1 Algemene aandachtspunten voor de behandeling

C.2 Behandelstrategieën

C.3 Evaluatie

C.4 Nazorg

C.5 Afsluiting, verslaglegging en verslaggeving

C.1 Algemene aandachtspunten voor de behandeling

Betrokkenheid van de partner en/of verzorger

Het betrekken van de partner en/of verzorger bij de behandeling is van groot belang. Partner en/of verzorger kunnen cues en cognitieve bewegingsstrategieën aanreiken als de patiënt problemen heeft met het toepassen van het geleerde in het dagelijks leven (bijvoorbeeld bij verminderde mentale functie). Het aantal aanwijzingen moet worden beperkt. De patiënt is gebaat bij slechts een aanwijzing per keer, met name wanneer sprake is van cognitieve stoornissen, bijvoorbeeld geheugenstoornissen. Het is belangrijk de verzorging van de patiënt te verlichten. Dit kan bijvoorbeeld door de verzorger tiltechnieken aan te leren wanneer de parkinsonpatiënt rolstoelafhankelijk of bedlegerig is en door aan te geven hoe omgegaan kan worden met freezing en met on/off-periodes.

Het vermijden van dubbeltaken

Bij het gelijktijdig uitvoeren van meerdere taken tegelijkertijd (dubbeltaken) kunnen parkinsonpatiënten niet aan alle taken volledige aandacht schenken. Parkinsonpatiënten hebben veelal gerichte aandacht nodig om ‘automatische bewegingen’, zoals lopen, veilig uit te voeren. Veel parkinsonpatiënten hebben daarom problemen met het uitvoeren van dubbeltaken. Het negatieve effect op het lopen en de balans kan leiden tot onveiligheid, zowel in het dagelijks leven als tijdens de behandeling. Het vermijden van dubbeltaken, zowel tijdens de behandeling als in het dagelijks leven, vergroot de veiligheid van patiënten met de ziekte van Parkinson en vermindert valincidenten. Tijdens de uitvoering van de activiteit of beweging geeft de fysiotherapeut geen nadere instructie, aangezien hierdoor een dubbeltaak zou ontstaan.

Multidisciplinaire afspraken

Binnen de behandeling van patiënten met de ziekte van Parkinson (met name bij een complexe hulpvraag) is veelal sprake van behandeling door verschillende disciplines. Op welk moment een andere discipline wordt ingeschakeld en volgens welke procedure, hangt af van de verwijzer en van de organisatie van de gezondheidszorg in de regio waar de fysiotherapeut werkzaam is. Het verdient aanbeveling om afspraken te maken met de patiënt, de partner en/of verzorger en de overige betrokkenen over organisatorische aspecten. Dit is tevens bedoeld om de multidisciplinaire zorg af te stemmen op de zorg die andere disciplines aan de patiënt verlenen.


(Relatieve) contra-indicaties

  • Indien de patiënt wordt behandeld met een hersenstimulator (bijvoorbeeld STN-stimulatie) is het toepassen van diathermie (kortegolf, microgolf) te allen tijde en op iedere plaats van het lichaam gecontra-indiceerd.
  • Cognitieve stoornissen, zoals geheugenstoornissen, dementie en ernstige hallucinaties vormen een relatieve contra-indicatie voor de behandeling van problemen die samenhangen met de ziekte van Parkinson, aangezien deze stoornissen het leervermogen van de patiënt beïnvloeden.
  • Freezingproblemen vormen een relatieve contra-indicatie voor hydrotherapie. Bij patiënten die last hebben van freezing kan hydrotherapie alleen plaatsvinden
  • Centrale vermoeidheid (‘fatigue’) kan het tempo waarin de behandeling plaatsvindt en de opzet van het behandelschema beïnvloeden (bijvoorbeeld de verdeling van de oefeningen over de dag).

Behandelfrequentie en -duur

De duur van de behandelepisode en de -frequentie zijn sterk afhankelijk van de hulpvraag, de mogelijkheden van de patiënt en het verloop van de ziekte. De behandeling richt zich bij iedere patiënt op het belangrijkste probleem dat is gerelateerd aan de hulpvraag. Indien de doelstellingen zijn bereikt, of indien de fysiotherapeut van mening is dat er geen veranderingen (vooruitgang, behoud of preventie van achteruitgang) zullen optreden door fysiotherapie wordt de behandeling beëindigd.

De behandeling wordt eveneens beëindigd indien de fysiotherapeut inschat dat de patiënt de doelstellingen zelfstandig kan bereiken (zonder therapeutische begeleiding). Dit wordt overlegd met de verwijzer. Ter bevordering van activiteiten in het dagelijks leven is een behandelperiode van vier weken effectief. Of het toepassen van cueingstrategieën zinvol is, wordt tijdens de eerste zittingen duidelijk.

Om de conditie te verbeteren is behandeling gedurende minimaal acht weken noodzakelijk. De patiënt kan de oefeningen zelfstandig thuis uitvoeren, mits goed geïnstrueerd. Een lage behandelfrequentie (bijvoorbeeld eenmaal per week voor het bijsturen van het oefenprogramma) is in dat geval voldoende. Tijdens het therapeutisch proces worden de doelen iedere vier weken geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Het geven van informatie en voorlichting is hierbij een terugkerend onderdeel.

Groepstherapie

De keuze voor groeps- of individuele behandeling is afhankelijk van de behandeldoelen of het beoogde eindresultaat, de mogelijkheden van de patiënt en externe factoren (zoals het aanbod van oefengroepen). Indien persoonlijke doelen centraal staan, bijvoorbeeld bij het verbeteren van transfers, is individuele behandeling het meest geschikt. In dat geval geeft de fysiotherapeut gerichte instructie en aandacht, met als bijkomend voordeel dat de patiënt minder door de omgeving wordt afgeleid dan tijdens groepsbehandeling.

Groepstherapie is geschikter wanneer meer algemene doelen centraal staan. Dit kan het geval zijn bij het geven van nazorg en wanneer de doelen therapeutisch van aard zijn, bijvoorbeeld conditieverbetering of vergroting van het welbevinden door en tijdens bewegen. Bovendien kunnen bij groepsbehandeling patiënten, en eventueel ook hun partner en/of verzorger, van elkaar leren, vindt lotgenotencontact plaats, kan het sociale aspect het subjectief welbevinden verhogen en kan de therapietrouw vergroot worden.

Afhankelijk van de aanwezige problemen wijst de therapeut de patiënt op een specifieke oefengroep voor parkinsonpatiënten, of zo mogelijk op algemenere bewegingsprogramma’s voor ouderen (zie bijlage 2). De grootte van de groep (maximaal acht patiënten) is afhankelijk van het behandeldoel en het niveau van de deelnemende patiënten. Ook bij groepsbehandeling is het belangrijk dat de doelen individueel worden bepaald en worden nagestreefd.


Aandachtspunten bij de behandeling van patiënten met de ziekte van Parkinson

  • De fysiotherapeut houdt bij het maken van afspraken rekening met de goede en slechte momenten van de patiënt over de dag (on/off-periodes).
  • De cognitieve functie en de leeftijd van de patiënt zijn richtinggevend voor het tempo en de moeilijkheidsgraad van de therapie.
  • De fysiotherapeut attendeert de patiënt op responsfluctuaties (wearing off-fenomeen, on/off-problematiek, dyskinesieën, freezing) die vaak optreden bij het voortschrijden van de ziekte en bij langdurig gebruik van medicatie. De patiënt kan met de medisch specialist bespreken of, en zo ja welke aanpassingen van de medicatie eventueel noodzakelijk zijn.

Aantal keren bekeken: : 9957