Andere artikelen

Aanbevelingen KNGF-richtlijn Reumatoide artritis

Aanbevelingen KNGF-richtlijn Reumatoide artritis

NB Het nummer dat is toegekend aan een aanbeveling heeft geen inhoudelijke betekenis.

Algemeen

 

1 Diagnose RA (niveau 4)
De diagnose RA dient altijd te worden gesteld door een arts, op grond van het klinisch beeld (en niet op grond van bovenstaande classificatiecriteria). 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

2 Beoordeling van de gezondheidstoestand (niveau 4)
Bij de beoordeling van de gezondheidstoestand van de patiënt met RA dient de fysiotherapeut zich een beeld te vormen van de aanwezigheid van radiologische afwijkingen (vaak is een röntgenonderzoek en/of een MRI-scan en/ of echografisch onderzoek uitgevoerd en kan de fysiotherapeut over de uitslag hiervan contact opnemen met de verwijzend specialist). Indien er radiologische afwijkingen aanwezig zijn, dient de fysiotherapeut hiermee rekening te houden tijdens het diagnostisch en therapeutisch proces. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

3 Gevolgen van RA voor de patiënt (niveau 4)
Bij de beoordeling van de gevolgen van RA voor de patiënt dient de fysiotherapeut zich in eerste instantie te richten op de beperkingen in activiteiten en participatie. Voor zover deze in relatie staan tot deze beperkingen, kan een fysiotherapeut zich ook richten op stoornissen in functies en/of anatomische eigenschappen en op persoonlijke en omgevingsfactoren. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

4 Activiteiten en participatie, functies en anatomische eigenschappen (niveau 4)
De fysiotherapeut inventariseert zowel de beperkingen in dagelijkse activiteiten en participatie, als de stoornissen in functies en/of anatomische eigenschappen en de eventuele samenhang daartussen.
Indien de klachten niet binnen de competenties liggen van de behandelend fysiotherapeut (bijvoorbeeld bij complexe klachten van de handen of voeten) of de behandeling van één zorgverlener de klachten niet kan beïnvloeden, dient de fysiotherapeut te overwegen, in overleg met de behandelend reumatoloog, de patiënt te verwijzen naar een zorgverlener met een specifiek specialisme, zoals een fysiotherapeut met deskundigheid op het gebied van handproblematiek, of een speciaal multidisciplinair behandelteam. Bij aanwijzingen voor het ontstaan van complicaties dient de fysiotherapeut de patiënt met RA te verwijzen naar de reumatoloog.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

5 Aanpassingen, hulpmiddelen en voorzieningen (niveau 4)
De fysiotherapeut dient bij elke patiënt met RA te inventariseren welke aanpassingen, hulpmiddelen en voorzieningen in bezit zijn en gebruikt worden. Indien de patiënt aanpassingen, hulpmiddelen en voorzieningen behoeft, dient de fysiotherapeut de patiënt met RA te verwijzen naar de behandelend specialist of de huisarts met als aanbeveling een ergotherapeutische behandeling/advisering of een reumaverpleegkundig consult.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

6 Woon- en werkomgeving (niveau 4)
De fysiotherapeut dient bij elke patiënt na te gaan in hoeverre er in de woon- en/of werkomgeving beperkende factoren aanwezig zijn voor dagelijkse activiteiten en participatie. In geval van specifieke fysieke beperkingen in de woonsituatie kan de fysiotherapeut op locatie (de woonsituatie van de patiënt) een onderzoek uitvoeren en behandelen.
Indien de patiënt aanpassingen, hulpmiddelen of andere voorzieningen nodig heeft in de woonsituatie dient de fysiotherapeut de patiënt te verwijzen naar de behandelend specialist of de huisarts met een aanbeveling voor ergotherapeutische behandeling of een reumaverpleegkundig consult.
In geval van beperkingen in de werkomgeving kan de fysiotherapeut de patiënt adviseren contact op te nemen met de bedrijfsarts.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

7 Multidisciplinaire zorg (niveau 4)
Indien de patiënt onder behandeling is van meerdere zorgverleners verdient het aanbeveling contact met andere zorgverleners te onderhouden om de verschillende behandelingen op elkaar af te stemmen. Dit dient bij voorkeur te gebeuren door middel van (telefonisch, (beveiligd) e-mail) overleg, in ieder geval voorafgaand aan het starten en na het beëindigen van de behandeling en, indien nodig, tussendoor.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

8 Zorg bij patiënten met RA (niveau 4)
Indien er sprake is van problematiek die de betrokkenheid van meerdere zorgverleners gelijktijdig wenselijk of noodzakelijk maakt, en die niet of onvoldoende door afzonderlijke zorgverleners kan worden opgelost, kan een multidisciplinaire teambehandeling worden overwogen. De verwijzing hiervoor dient altijd te gebeuren door de behandelend specialist. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

Diagnostisch proces

 

9 Aanmelding (niveau 4)
Het is van belang bij de aanmelding na te gaan of de diagnose RA door een reumatoloog is gesteld.
Indien de diagnose RA niet door een reumatoloog is gesteld, is deze richtlijn niet van toepassing. Indien de diagnose RA wel door een reumatoloog is gesteld, dient de fysiotherapeut gegevens over gewrichtsschade en over de huidige en verwachte ziekteactiviteit onder het gevoerde medicamenteuze beleid op te vragen bij de behandelend reumatoloog.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

10 Verwijzing (niveau 4)
Let op: Ga bij verwijzing door de huisarts altijd bij de patient zelf na of de diagnose is gesteld door een reumatoloog. Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

11 Anamnese (niveau 4)
De fysiotherapeut dient bij elke patiënt de bovengenoemde onderwerpen (activiteiten en participatie, functies en anatomische eigenschappen, persoonlijke en externe factoren, overige en comorbiditeit) in kaart te brengen. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

12 Rode vlaggen (niveau 4)
Bij elke patiënt dient de fysiotherapeut na te gaan welke rode vlaggen en aandachtspunten er aanwezig zijn. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

13 Meetinstrumenten bij patiënten met RA (niveau 1)
De volgende meetinstrumenten worden aanbevolen bij patiënten met RA:

Meetinstrumenten ter inventarisatie van het gezondheidsprobleem.

 

Algemeen

  • activiteiten en participatie:

    • Health Assessment Questionnaire (HAQ) of
    • patiënt specifieke klachten (PSK)
  • pijn en ochtendstijfheid:

    • visuele analog schaal (VAS)-pijn en
    • VAS-ochtendstijfheid
  • spierkracht, aeroob vermogen, gewrichtsmobiliteit:

    • Hand-held dynamometer
    • 6-minuten looptest of
    • Ästrand-fietstest (inclusief Borg)
    • Escola Paulista de Medicina Range of Motion (EPM-ROM)

Specifiek

  • bovenste extremiteiten:

    • Elbow Function Assessment (EFA)
    • Shoulder Function Assessment (SFA),
    • dimensies van de HAQ
  • onderste extremiteiten:

    • een gestandaardiseerde test (bijvoorbeeld de 50-meter looptest, Timed Chair Stand test, Timed Up and Go-test)

Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Arthritis Care and Research, 200340; Swinkels, 200541; Fries et al., 198242; De Boer et al., 199949 en Vermeulen et al., 200650.).

 

14 Selectie van meetinstrumenten bij de 14 individuele patiënt met RA (niveau 4)
Er dient steeds één algemeen meetinstrument te worden toegepast ter evaluatie van de gestelde behandeldoelen. Uit de specifieke meetinstrumenten dienen meetinstrumenten te worden geselecteerd die in relatie staan tot de daadwerkelijk klachten van de patiënt, zoals de SFA bij schouderklachten.
Geadviseerd wordt om de meetinstrumenten aan het begin van de behandeling toe te passen, en de meting te herhalen gedurende en aan het einde van de behandeling. 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Arthritis Care and Research 200340; Swinkels, 200541; Beurskens, 199644; Macsween, 200145; Borg, 197046; Chen et al., 200247; Vliet Vlieland et al., 199348; De Boer et al., 199949 en Vermeulen et al., 200650).

 

15 Analyse (niveau 4)
Bij elke patiënt dient de fysiotherapeut na te gaan welke factoren positief beïnvloed kunnen worden en in hoeverre, en welke gunstige en ongunstige factoren aanwezig zijn die de behandeling mogelijk beïnvloeden.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

16 Indicatie fysiotherapie (niveau 4)
Bij elke patiënt dient de fysiotherapeut na te gaan of fysiotherapie geïndiceerd is en of deze richtlijn toepasbaar is op deze individuele patiënt.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

17 Behandelplan (niveau 4)
Bij de formulering van de hoofddoelstelling en de behandeldoelen dient de fysiotherapeut rekening te houden met de motivatie van de patiënt en de aanwezigheid van gunstige en ongunstige factoren.
De hoofddoelstelling en de behandeldoelen dienen daarbij zo veel mogelijk de SMART-criteria geformuleerd te worden. Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

Therapeutisch proces

 

18 Behandelfrequentie en -duur (niveau 4)
Bij elke patiënt dient individueel gekeken te worden met welke intensiteit en frequentie de behandeling gestart kan worden. De duur van de behandeling is afhankelijk van de behandeldoelen. Zodra de behandeldoelen zijn behaald, dient de behandeling te worden gestopt, er is geen bewijs voor het permanent behandelen van patiënten met RA. Wel dient de fysiotherapeut de patiënt te informeren over hoe bereikte behandeldoelen zelf kunnen worden gehandhaafd of mogelijk verder bevorderd.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

 

19 Oefentherapie (niveau 1 en 4)
Op basis van huidig bewijs kan oefentherapie worden aanbevolen bij patiënten met RA. Geadviseerd wordt een hoogintensief oefenprogramma toe te passen dat gericht is op het verbeteren van aerobe capaciteit en spierkracht/spieruithoudingsvermogen (ook bij patiënten met een hoge mate van ziekteactiviteit). Dit programma kan worden aangevuld met ROM-oefeningen ter behoud van de mobiliteit van de gewrichten. Daarnaast kunnen aan het oefenprogramma, afhankelijk van individuele behandeldoelen, oefeningen worden toegevoegd die zijn gericht op verbetering van stabiliteit/coördinatie (niveau 1).

 

In individuele gevallen kan ervoor gekozen worden de therapie te beginnen met een matige intensiteit en deze gradueel te verhogen, in het bijzonder bij patiënten met (niveau 4):

  • gewrichtsprothesen of ernstige radiologische schade aan de gewrichten;
  • ernstige lichamelijke beperkingen waardoor hoog-intensieve oefeningen niet mogelijk zijn;
  • angst voor bewegen.

Daarnaast kan ervoor gekozen worden om het oefenprogramma in groepsverband uit te voeren, en/of in het water. Dit is afhankelijk van de mogelijkheden van de praktijk/instelling en de wensen van de patiënt (niveau 4).

 

Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Van den Ende et al., 199868; Hurkmans et al.(manuscript in ontwikkeling, update Cochrane Review 1996); Baslund et al., 199354; De Jong et al., 200360; Lyngberg et al., 199458; Hansen et al., 199361; Harkcom et al., 198555; Minor et al., 198956; Sanford-Smith et al., 199859 en Van den Ende et al., 199657).

 

20 Informeren en adviseren (niveau 2)
Op basis van huidig bewijs en best practice kan het informeren en adviseren met betrekking tot lichamelijke activiteit door middel van bovenstaande tien principes van gedragsverandering worden aanbevolen bij patiënten met RA (niveau 2).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Van den Berg et al., 200670 en Brodin et al., 200871).

 

21 Het apparatief toedienen van elektrische energie (niveau 3 en 2)
Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat het apparatief toedienen van elektrische energie door middel van wisselstroom (c.q. interferentie) gericht op verbetering van functioneren en pijnvermindering bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen, noch afgeraden (niveau 3).
Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat het apparatief toedienen van elektrische energie door middel van wisselstroom (c.q. TENS) gericht op pijnvermindering bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden (niveau 2). 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Pelland et al., 200276 en Brosseau et al., 200377).

 

22 Het apparatief toedienen van elektromagnetische energie (niveau 4, 2 en 4)
Op basis van best practice is de werkgroep van mening dat het toepassen van kortegolf en ultrakortegolf, infrarood en ultraviolet licht bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden. In geval van een hoge ziekteactiviteit wordt kortegolf en ultrakortegolf op het desbetreffende gewricht afgeraden (niveau 4). Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat het toedienen van laag-vermogen lasertherapie gericht op verbetering van functioneren, pijnvermindering en vermindering van ziekteactiviteit bij patiënten met RA niet kan worden aanbevolen (niveau 2). Laag-vermogen lasertherapie bij gewrichten met veel ziekteactiviteit wordt afgeraden (niveau 4).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Brosseau et al., 200581).

 

23 Het apparatief toedienen van mechanische energie (niveau 2)
Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat het apparatief toedienen van mechanische energie door middel van ultrageluid (1 of 3 MHz) gericht op verbetering van functioneren, pijnvermindering en vermindering van ziekteactiviteit bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden (niveau 2).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Casimiro et al., 200289).

 

24 Toedienen en/of onttrekken van thermische energie (niveau 2 en 4)
Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat het toedienen van warmte- en koudeapplicaties gericht op verbetering van functioneren en pijnvermindering bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden (niveau 2).
In geval van een hoge ziekteactiviteit wordt warmte op het desbetreffende gewricht afgeraden (niveau 4). 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Robinson et al., 200292 en Hirvonen et al., 200699).

 

25 Massage (niveau 4)
Op basis van best practice is de werkgroep van mening dat massage gericht op pijnvermindering, verbetering van slaappatroon en psychisch welbevinden bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden (niveau 4).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: C (Brownfield, 1998101).

 

26 Teweegbrengen van ‘een passieve beweging’ in een gewricht (niveau 4)
Op basis van best practice is de werkgroep van mening dat passieve mobilisatie gericht op pijnvermindering bij patiënten met RA noch kan worden aanbevolen noch afgeraden. Passieve mobilisatie van de CWK wordt afgeraden (niveau 4).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: C (Dhondt et al., 1999104).

 

27 Passieve hydrotherapie, c.q. balneotherapie (niveau 2 en 4)
Op basis van huidig bewijs en best practice is de werkgroep van mening dat balneotherapie als monotherapie gericht op verbetering van functioneren en vermindering van ziekteactiviteit bij patiënten met RA niet kan worden aanbevolen (niveau 2). In combinatie met oefentherapie, zoals vaak het geval is bij kuurbehandelingen, kan balneotherapie gericht op verbetering van functioneren en vermindering van ziekteactiviteit bij patiënten met RA eventueel kortdurend worden toegepast (niveau 4). Belangrijkst is om patiënten met RA in beweging te krijgen en te houden.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Verhagen et al., 2003115).

 

28 Combinatietherapie (niveau 2, 2 en 4)
Op basis van best practice kan combinatietherapie van oefentherapie en educatie gericht op verbetering van functioneren bij patiënten met RA worden aanbevolen (niveau 2). Op basis van huidig bewijs en best practice kan combinatietherapie van oefentherapie met paraffinebaden, faradische baden, radonbaden, thermotherapie of ultrageluid gericht op verbetering van functioneren en vermindering van ziekteactiviteit bij patiënten met RA noch worden aanbevolen noch afgeraden (niveau 2).
In geval van een hoge ziekteactiviteit wordt deze combinatietherapie op het ontstoken gewricht afgeraden (niveau 4).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A2 en B (Bell et al., 1998117; Bujina et al., 2001119 en Hawkes et al., 198690).

 

29 Actief beleid (niveau 4)
Op basis van huidig bewijs en best practice wordt een actief beleid sterk aanbevolen. In individuele gevallen kan een passief beleid kortdurend worden toegepast (niveau 4). 
Kwaliteit van de gevonden artikelen: D.

Aantal keren bekeken: : 3410