Andere artikelen

B. Diagnostisch proces

B.1 (Aanvullende) anamnese

B.2 (Aanvullend) lichamelijk onderzoek

B.2.1 Inspectie

B.2.2 Functieonderzoek

B.3 Meetinstrumenten

B.3.1 De PRAFAB-vragenlijst

B.3.2 Mictiedagboek

B.3.3 Verbandtest

B.3.4 Patiënt Specifieke Klachten

B.3.5 Globaal Ervaren Effect

B.4 Analyse

B.5 Genereren van conclusies uit het diagnostisch proces

B.6 Behandelplan

B.6.1 Behandelplan bij SUI met disfunctie van de bekkenbodemmusculatuur

B.6.2 Behandelplan bij SUI zonder disfunctie van de bekkenbodemmusculatuur

B.6.3 Behandelplan bij SUI met prognostisch ongunstige factoren

B.6.2 Behandelplan bij SUI zonder disfunctie van de bekkenbodemmusculatuur

Aangezien er sprake is van SUI zonder disfunctie van de bekkenbodemmusculatuur is de verwachting dat er sprake is van disfunctie van het intrinsieke afsluitmechanisme (interne sfincter). De therapie richt zich op een reductie van de stoornissen en beperkingen in activiteiten.

Doel 

Compensatie.

Therapie 

Oefentherapie voor de bekkenbodemmusculatuur (BBSO) en huiswerkoefeningen. Gezien de oorzaak van de klachten is de kans op volledig herstel door middel van BBSO klein. Optie bij vrouwen: BBSO met vaginale cones (bij het gebruik van vaginale cones dient na het vaginaal plaatsen van een cone te worden gecontroleerd of de vrouw in reactie hierop de bekkenbodem kan contraheren. Is dit niet het geval is, dan heeft het gebruik van een cone geen zin. Wanneer een patiënt geen bewuste controle heeft over de bekkenbodem en niet weet hoe hij deze bewust moet aanspannen, moet deze controle worden aangeleerd; alleen dan kan de bekkenbodem immers worden geoefend. Bij een onbevredigend resultaat van de fysiotherapeutische behandeling, verwijst de (bekken)fysiotherapeut de patiënt terug naar de verwijzer.

Aantal keren bekeken: : 4491