Andere artikelen

C. Therapeutisch proces

C.1 Behandeling

C.1.1 Fasering, doelen en verrichtingen

C.1.2 Behandelduur en -frequentie

C.1.3 Preventie van bekkenbodeminsufficiëntie

C.2 Evaluatie

C.3 Afsluiting, verslaglegging, verslaggeving

C.1.2 Behandelduur en -frequentie

Behandelduur en -frequentie verschillen per patiënt. Deze worden mede bepaald door specifieke behandeldoelen en problemen en de leer- en trainbaarheid van de patiënt. In deze richtlijn kunnen dan ook slechts globale indicaties worden gegeven.

Over het algemeen beslaat de totale behandelduur niet meer dan 3-6 maanden. Bij patiënten met disfunctie van de bekkenbodem zonder bewuste controle van de bekkenbodem is de begeleiding in de eerste fase intensiever om zo snel mogelijk bewuste controle te verkrijgen. Dit kan bij deze patiënten in die periode leiden tot een hogere behandelfrequentie.

Wanneer er voor het herstel prognostische factoren zijn die beïnvloedbaar zijn door fysiotherapie, is het beïnvloeden van deze factoren onderdeel van het behandelplan. Wanneer de invloed van prognostisch ongunstige factoren is gereduceerd, is het effect van BBSO vooral afhankelijk van hoe vaak en hoe intensief wordt geoefend (getraind), of dat nu onder of zonder begeleiding gebeurt. Wanneer iemand de oefeningen zelfstandig kan uitvoeren, kan minder frequent worden begeleid, op voorwaarde dat de patiënt wel zelfstandig zijn oefeningen doet en blijft doen.


  • Oefen wekelijks of tweewekelijks onder begeleiding, individueel of in groepsverband.
  • Evalueer na een serie van 6 behandeling en vraag of bepaal of de ernst van de incontinentie is afgenomen, gemeten als een lagere score op de PRAFAB-vragenlijst.
  • Onderzoek de progressie na 3 maanden; dan moet reeds een duidelijke vooruitgang zijn geboekt.
  • Onderzoek het resultaat na 6 maanden; doorgaans is het beoogde effect pas dan bereikt.

Aantal keren bekeken: : 3850