Andere artikelen

A. Inleiding

A.1 Doelstelling van de KNGF-richtlijn Stress (urine-)incontinentie

A.2 Doelgroep

A.3 Urine-incontinentie

A.4 Klinische vraagstellingen

A.5 Samenstelling van de werkgroep

A.6 Werkwijze werkgroep

A.7 Validering door beoogde gebruikers

A.8 Opbouw, producten en implementatie van de richtlijn

A.9 Literatuurverzameling

A.10 Epidemiologische gegevens

A.10.1 Urine-incontinentie bij de vrouw

A.10.2 SUI bij de vrouw

A.10.3 Urine-incontinentie bij de man

A.11 Kosten

A.12 Afbakening

A.12.1 Continentie

A.12.2 Etiologische factoren

A.12.3 Prognostische factoren

A.13 Verwijzing versus Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie (DTF)

A.13.1 Verwijzing

A.13.2 Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie (DTF)

A.9 Literatuurverzameling

De selectie en beoordeling van de literatuur is voorbereid door de projectgroep (NB, BB, EH). Het resultaat daarvan is bediscussieerd met de gehele werkgroep. De wetenschappelijke onderbouwing van de epidemiologische gegevens, de etiologie en het diagnostisch proces heeft plaatsgevonden aan de hand van publicaties die zijn verkregen via aanvullende systematische zoekacties over de periode 1998 tot en met juni 2010 in de volgende databases: MEDLINE, EMBASE, CINAHL, PEDro, de Cochrane database, de database van het CEBP en DocOnline van het Documentatiecentrum van het Nederlands Paramedisch Instituut te Amersfoort.

Met betrekking tot de aard, ernst en de omvang van het gezondheidsprobleem SUI is er gezocht op: ‘incidence’, ‘prevalence’, ‘etiology’, ‘risk factors’, ‘predictors’, ‘incontinence’, urinary incontinence’, ‘detrusor instability’, ‘detrusor overactivity’, ‘bladder’, ‘overactive bladder’, ‘stress urinary incontinence’, ‘urge urinary incontinence’, ‘mixed incontinence’, ‘urgency’, ‘frequency’, ‘nocturia’, ‘involuntary leakage of urine’, ‘peri- and postpartum dysfunction’, ‘pelvic floor dysfunction’, ‘pelvic floor disorders’, ‘bladder neck mobility’, ‘vaginal pressure’, ‘intra-abdominal pressure’, ‘previous sexual abuse’, ‘comorbidity’, ‘low back pain’, ‘COPD’ en ‘depression’.

Met betrekking tot de vraag hoe SUI wordt vastgesteld en hoe betrouwbaar, valide en bruikbaar het fysiotherapeutisch diagnostisch onderzoek is voor de algemene praktijk is er gezocht op ‘urinary incontinence’ in combinatie met de volgende trefwoorden: ‘diagnosis’, ‘assessment’, ‘guidelines’, ‘pelvic floor assessment’, ‘strength’, ‘endurance’, ‘pad test’, ‘diary’, ‘ultrasound’, ‘manual muscle testing’, ‘vaginal squeeze pressure’, ‘palpation’, ‘digital assessment’, ‘manometry’, ‘pelvic floor function’, ‘pelvic floor assessment’, ‘EMG’, ‘validity’ en ‘reliability’.

Met betrekking tot de vraag welke vormen van behandeling en preventie effectief en doelmatig zijn in relatie tot de aard en ernst van het gezondheidsprobleem SUI is er gezocht op ‘urinary incontinence’ in combinatie met: ‘physiotherapy’, ‘physical therapy’, ‘conservative management’, ‘conservative therapy’, ‘conservative treatment’, ‘life style’, ‘non-surgical stimulation’, ‘electrostimulation’, ‘transcutaneous electrical nerve stimulation’, ‘neuromuscular stimulation’, ‘electrical stimulation’, ‘electrotherapy’, ‘myofeedback’, ‘biofeedback’, ‘vaginal cones’, ‘magnetic stimulation’, ‘pelvic floor’, ‘pelvic floor muscle training’, ‘pelvic floor rehabilitation’, ‘pelvic floor exercises’, ‘pelvic floor re-education’, ‘peri partum training’, ‘antenatal exercises’, ‘(Kegel) exercises’, ‘post partum exercises’, ‘RCTs’, ‘controlled trials’, ‘evaluation’, ‘effectiveness’, ‘efficacy’ en ‘outcome’.

Daarnaast zijn literatuurverwijzingen uit de gevonden studies gebruikt om relevante artikelen te traceren. De wetenschappelijke onderbouwing is steeds per onderdeel kort samengevat, inclusief de mate van bewijs conform de EBRO-lijst die is ontwikkeld onder auspiciën van het Dutch Cochrane Centre en het CBO.30 De lijst geeft aan hoe literatuur, ten behoeve van het opstellen van richtlijnen, methodologisch moet worden gescoord en welke aspecten er – naast het wetenschappelijke bewijs – van belang zijn voor het doen van aanbevelingen, zoals: het bereiken van algemene consensus, doelmatigheid (kosten), beschikbaarheid van middelen, vereiste deskundigheid en scholing, organisatorische aspecten en het streven naar afstemming met andere mono- of multidisciplinaire richtlijnen.

De methodiek die is gehanteerd voor het formuleren van de aanbevelingen is weergegeven in tabel 1. Ga naar het overzicht van alle aanbevelingen uit deze richtlijn.

Tabel 1. Niveaus van bewijs: indeling van methodologische kwaliteit van afzonderlijke studies.

interventie

diagnostische accuratesse van het onderzoek

schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose

A1

systematische review van ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau

A2 gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang

onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad

prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten

B vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2

onderzoek ten opzichte van een referentietest, maar niet met alle kenmerken die onder A2 zijn genoemd

prospectief cohortonderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 of retrospectief cohort

C niet-vergelijkend onderzoek
D mening van deskundigen

* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.

Niveau van de conclusie.

conclusie gebaseerd op:

aanbevelingen gebaseerd op het niveau van de conclusie

1

1 onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2

Het is aangetoond dat…

1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B  Het is aannemelijk dat…
1 onderzoek van niveau B of C  Er zijn aanwijzingen dat…
mening van deskundigen De werkgroep is van mening dat…
Aantal keren bekeken: : 7482