De bijdrage van fysiotherapie aan de arbeidsparticipatie van werknemers met een chronische musculoskeletale aandoening (bottom-up 2016)

Titel: De bijdrage van fysiotherapie aan de arbeidsparticipatie van werknemers met een chronische musculoskeletale aandoening
Subsidieronde: bottom-up 2016
Looptijd: begin 2016 – voorjaar 2017
Status: afgerond
Categorie: kwalitatief onderzoek
Projectaanvrager: dr. Nathan Hutting (Hogeschool Arnhem en Nijmegen)

Samenvatting resultaten:

Achtergrond: Arbeid is een essentieel onderdeel van kwaliteit van leven maar wordt nog onvoldoende meegenomen in de reguliere zorg. Hoewel de aandacht voor arbeid binnen het fysiotherapeutisch handelen vanuit beleid groeit, lijkt er vooralsnog onvoldoende aandacht voor werk in het dagelijks handelen van fysiotherapeuten.

Doelstelling: Het doel van het project was helder te krijgen hoe fysiotherapeuten op dit moment arbeid integreren in het fysiotherapeutisch handelen en hoe dit eventueel verbeterd kan worden en/of de huidige stand van zaken aansluit bij de verwachtingen en behoeften van de werknemer met chronische musculoskeletale klachten.

Methode: Er is binnen het project gebruik gemaakt van een drietal methoden: 1) Focusgroepen met fysiotherapeuten (n=30), 2) telefonische interviews met cliënten (n=16) en 3) cross-sectionele survey onder algemeen fysiotherapeuten (n=142).

Resultaten: 1) Deelnemers gaven aan dat werk gerelateerde factoren geen prioriteit hebben onder fysiotherapeuten en een grotere rol zouden moeten spelen binnen het fysiotherapeutisch handelen. Er is onvoldoende samenwerking tussen de algemeen fysiotherapeut en andere (arbo) professionals, in het bijzonder de arbeids- of bedrijfsfysiotherapeut of bedrijfsarts. Ook was het verschil tussen algemene fysiotherapie en arbeids- en bedrijfsfysiotherapie voor sommige deelnemers onduidelijk. Er was onder algemeen fysiotherapeuten een beperkte kennis aanwezig en er was behoefte aan meer kennis over verschillende werk gerelateerde factoren zoals werkinhoud, werkomstandigheden, wet- en regelgeving en arbeidsvoorwaarden. 2) Volgens sommige cliënten is er binnen de fysiotherapeutische interventie uitgebreid aandacht voor het werk van de cliënt. In de meeste gevallen wordt het werk in zijn algemeenheid meegenomen, bijvoorbeeld wordt er gevraagd hoe het op het werk gaat. Cliënten noemen de fysiotherapeut als voor de hand liggende zorgverlener om werk gerelateerde zaken mee te bespreken; er is een intensief contact en een vertrouwensband. 3) Ongeveer 64% van de respondenten gaf aan dat werk gerelateerde factoren een grotere rol zouden moeten spelen binnen de fysiotherapeutische behandeling. Het kunnen declareren van een werkplekbezoek (60,6%), meer kennis over wetten en regelgeving (50%) en vragenlijsten (52,8%) waren enkele van de geïdentificeerde behoeften van de respondenten. Slechts 12,7% van de respondenten die binnen hun eigen praktijk geen arbeidsfysiotherapeut hebben verwijst cliënten soms of regelmatig door naar een arbeidsfysiotherapeut.

Conclusie: Fysiotherapeuten vinden het over het algemeen belangrijk om binnen hun handelen aandacht te hebben voor het werk van de cliënt en werk gerelateerde factoren. Cliënten noemen de fysiotherapeut als voor de hand liggende zorgverlener om werk gerelateerde zaken mee te bespreken. Echter, de mate waarin algemeen fysiotherapeuten aandacht hebben voor werk gerelateerde factoren binnen hun handelen moet worden verbeterd. De samenwerking tussen de algemeen fysiotherapeut en arboprofessionals, in het bijzonder de arbeids- en bedrijfsfysiotherapeut, is volgende de respondenten onvoldoende en moet worden verbeterd.

Implicaties voor praktijk: Het is aanbevelingswaardig om een overzicht te maken van werk gerelateerde factoren dat door algemeen fysiotherapeuten gebruikt kan worden. Ook lijkt het waardevol de factor arbeid systematisch te adresseren binnen het fysiotherapeutisch handelen.

Suggesties voor vervolgonderzoek: Verder (grootschalig) onderzoek naar de wijze en mate waarop fysiotherapeuten de factor arbeid integreren binnen hun handelen, bijvoorbeeld door vragenlijstonderzoek, observatieonderzoek of dossieronderzoek is aanbevelingswaardig.

Contactpersoon bij vragen: dr. Nathan Hutting (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Publicaties:

Hutting et al, 2017 (bijlage 1)

Oswald et al, 2017 (bijlage 2)