Inventarisatie van meetinstrumenten om psychosociale risicofactoren voor ongunstig herstel te bepalen ter ondersteuning van het diagnosticeren en behandelen volgens KNGF-patiëntenprofielen voor mensen met rug- en nekpijn (top-down 2016)

Titel: Inventarisatie van meetinstrumenten om psychosociale risicofactoren voor ongunstig herstel te bepalen ter ondersteuning van het diagnosticeren en behandelen volgens KNGF-patiëntenprofielen voor mensen met rug- en nekpijn

Subsidieronde: top-down 2016

Looptijd: najaar 2016 – begin 2017

Status: afgerond

Categorie: literatuurstudie

Projectaanvrager: prof.dr. Michel Coppieters en dr. Wendy Scholten-Peeters (VU)

Samenvatting onderzoeksproject:

Achtergrond: Angst, depressie,  somatisatie, coping, catastroferen en pijn self-efficacy vormen belangrijke onderdelen van  patiëntprofielen in  de KNGF-richtlijnen voor nek- en rugpijn aangezien de aanwezigheid van deze psychosociale factoren een specifiek fysiotherapeutisch beleid impliceert. De literatuur toont echter aan dat fysiotherapeuten moeite hebben met het inventariseren van deze psychosociale factoren.

Doelstelling: Het inventariseren van de meest relevante en bruikbare meetinstrumenten behorende bij de psychosociale factoren uit de KNGF-patiëntenprofielen voor rug- en nekpijn.

Methode: Via een Delphi-studie zijn (inter)nationale experts uit de fysiotherapie, (huisarts)-geneeskunde én psychologie gevraagd naar de meest bruikbare en relevante meetinstrumenten om  fysiotherapeuten te helpen psychosociale factoren voor ongunstig herstel in kaart te brengen. Twee expertpanels (panel 1 voor de factoren: depressie-angst-somatisatie en panel 2 voor de factoren: bewegingsangst, pijn coping, self-efficacy en catastroferen) zijn samengesteld door een zoekopdracht in PubReminer. Via 3 ronden is naar consensus gestreefd. Deze aanbevelingen zijn gevalideerd in 2 afzonderlijke focusgroepen met nek- en rugpijnpatiënten die specifiek de gebruiksvriendelijkheid van de top-3 gerapporteerde vragenlijsten van het expert panel, beoordeelden.

Resultaten:  Delphi 1 – Depressie, angst en somatisatie Expertpanel 1 bestond uit 22 experts op het gebied van depressie, angst en somatisatie, met een response rate van respectievelijk 64% en 73% voor ronde 2 en 3. Het panel bevatte experts uit het fysiotherapeutisch, medisch en psychologisch domein. Na 3 ronden kwam het expertpanel tot consensus en adviseerde de PHQ-9, BDI-II en de DASS-21-D voor het meten van depressie; de HADS-A, GAD-7 en de PASS voor angst en de PHQ-15, SAS en MSPQ voor somatisatie. Er werd door de experts bediscussieerd of het verstandig is om somatische symptomen op te nemen in vragenlijsten die angst en depressie meten. Daarnaast gaf maar liefst 43% van de experts bedenkingen aan over het nut van het meten van het somatisatie. Delphi 2 – Bewegingsangst, Pijn coping, self-efficacy en  catastroferen (thema omgaan met pijn). Expertpanel 2 bestond uit 38 experts met een response rate van respectievelijk 68% en 66% voor ronde 2 en 3. Ook hier werd na 3 ronden consensus verkregen. De FABQ, TSK en TSK-11 werden aanbevolen voor het meten van bewegingsangst;  de CSQ, de CSQ-R en de CPCI voor het meten van coping. Voor self-efficacy raadde het expertpanel de PSEQ en de PSEQ-2 aan en voor  catastroferen werd de PCS het meest relevant en bruikbaar geacht.

Conclusies: Een overzicht is verkregen van de meest bruikbare en relevante vragenlijsten om psychosociale factoren te meten. Verschillende vragenlijsten zijn nog niet gevalideerd voor gebruik bij patiënten met (chronische) musculoskeletale pijn, en ook niet alle aangeraden vragenlijsten zijn beschikbaar in een Nederlandstalige versie.

Implicaties voor de praktijk: De resultaten van deze studie helpen fysiotherapeuten om geschikte vragenlijsten te kiezen. Om de informatie eenvoudig beschikbaar te stellen voor fysiotherapeuten is,  van de Nederlandstalige versies, de informatie aangeleverd aan meetinstrumentenzorg.nl

Suggesties voor vervolgonderzoek: Om self-efficacy te inventariseren is het aan te bevelen de PSEQ in het Nederlands te vertalen en te valideren. Daarnaast is het aanbevelenswaardig om de samenhang tussen de psychologische factoren in een mediatie-analyse te toetsen. Zo kan inzicht worden gekregen welke psychologische factoren wellicht de aanwezigheid van andere factoren kunnen verklaren en welke psychologische factoren het beste geïnventariseerd (en zo mogelijk beïnvloed) kunnen worden door de fysiotherapeut.

Contactpersoon: Dr. Wendy Scholten-Peeters via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.